02-05-2023 | nieuws

In memoriam Harry Louwenaar

harry 111846584197

Harry Louwenaar is één van de oprichters van Maatschap voor Communicatie. Zestien jaar was hij partner bij de Maatschap. Met dialogen, draagvlak en interactie als handelsmerk. Met zijn bruisende energie en nieuwe ideeen heeft hij veel (oud)collega’s opgeleid en opdrachtgevers geïnspireerd. En daar zijn wij hem heel erg dankbaar voor.

 

We wensen zijn kinderen, geliefde, familie, vrienden en andere dierbaren veel kracht toe met het dragen van dit verlies.

Een vlegel met een hoge gunfactor 

‘Heb het lef om vaker stil te staan’ zei Harry vaak. Laat de waan van de dag niet leidend zijn. Hol niet te snel. Blijf in de periode van het niet weten, het inter-esse. En als iemand daar moeite mee had dan was het Harry natuurlijk zelf wel. In de kern was Harry een voorwaartse man met tomeloze energie. Stil staan was lang een hinderlijke onderbreking. 

 

En Harry werd er best goed in. In dat stil staan. Hij leerde te reflecteren, het goede gesprek te voeren en zelf stil te zijn. Hij ging voor in de heilzame werking van de vertraagde tijd en de diepere verbinding. In een-op-een gesprekken, intervisie en bijeenkomsten. Als communicatieprofessional ben je zelf je belangrijkste instrument.

 

Harry kon goed tot de kern komen. Hij schoof dan met zijn lange lijf wat naar voren en keek je recht in de ogen. Meestal was het raak wat hij dan zei.

 

Zijn hele werkende leven bruist Harry van de energie en nieuwe ideeën. Na zijn tijd bij BIKKER stond hij in 2000 samen met Frithjof de Haan en Frits Lintmeijer aan de basis van Maatschap voor Communicatie. Harry was de jonge broer, die vooruit rende en zorgde dat alles voor elkaar kwam. Voordat je er erg in had was er een pand, een huisstijl en een passende inrichting. Harry is zestien jaar partner geweest bij de Maatschap. Met dialogen, draagvlak en interactie als handelsmerk. In 2016 verliet hij het nest; van broertje naar broer. Harry werd zelfstandig adviseur, drijvende kracht achter de eerste Logeion Commlabs en maakte deel uit van de vers opgerichte Logeion Ledenraad. Harry trad toe tot de communicatiepool van de rijksoverheid en startte bureau Zhijn met Hans Booms. Vol bevlogenheid zette hij zich in voor dé maatschappelijke thema’s van deze tijd zoals de aardgasvrije wijken en de Omgevingswet. Geen makkelijke onderwerpen. 

 

Harry kon zo mooi vertellen over zijn fear of missing out. Niets willen missen, overal bij willen zijn. Tsja en dat lukte natuurlijk niet. Dat leidde nogal eens tot teleurstellingen. Dan was hij te laat, of er niet. Met zijn charme kwam hij daar altijd wel mee weg. Een vlegel met een hoge gunfactor. Ook dat was Harry. 

 

Harry hield niet van opgeven. Het is maart 2022. Eén week voor het grote congres van het Programma Aardgasvrije Wijken krijgt het team een bijzonder whatsapp-bericht. Een filmpje met een spectaculaire redding: een snowboarder wordt met een helikopter van de skipiste getakeld. De man op de brancard is Harry Louwenaar. Het bericht eronder luidt: “Niet schrikken hoor! Ik kom gewoon.” Een week later staat hij met pijnstillers op het podium. Met zijn kenmerkende scherpte en humor. En met drie gekneusde ribben. 

 

Het is januari 2023. Een groep bevriende collega’s krijgt een email van Harry met als titel ‘slecht nieuws’. Een melanoom, die in 2019 verwijderd leek te zijn, had uitzaaiingen over zijn hele lichaam veroorzaakt. En met elk onderzoek, elke behandeling en elke update wordt het nieuws slechter. Harry zou niet meer beter worden. Tot het allerlaatste moment houdt Harry de regie over zijn eigen communicatieboodschap. Hij twijfelde over het delen van zijn verhaal op LinkedIn. Zou dat niet getuigen van een té grote profileringsdrang? Zien en gezien worden. Nog zo’n thema van Harry.

 

In de laatste weken van zijn leven voert hij intensieve gesprekken met zijn kinderen Ella, Jens, Famke en Rifka, zijn geliefden, familie en vrienden. Thuis, in het ziekenhuis en in het hospice. Stil staan bij het einde van zijn leven. 

 

Harry zou op zeven mei 2023 vijfenvijftig zijn geworden. 

 

Met dank aan Sharon Buys, Mariette Pasman, Eveline du Perron en

Julia Sondermeijer